Op welke dag zie jij het liefst CDJA-activiteiten plaatsvinden?

 
 
Add to Google CDJA publications on issuu CDJA Wikipedia CDA Vandaag
 
Nieuwsbrief
 




Velden gemarkeerd met een * zijn verplicht
 
Zoeken
 
 
 

CDJA Tweets

 

WEEKBOEK: Jozef Waanders en Arrie Vis

Arrie Vis en Jozef Waanders reizen van 10 tot 17 mei door Israël op een zogenaamde fact finding mission, georganiseerd vanuit het CIJO. Naast het CDJA, participeren ook de JS, de JD, de JOVD, Perspectief, PINK! En de SGPJ in deze reis. Een bond gezelschap dus. Doel van de reis is, door enkele brandhaarden te bezoeken en met betrokkenen van verschillende achtergronden in gesprek te gaan, om een beter inzicht te krijgen in de complexiteit van het conflict in het Midden-Oosten.

Maandag

Na een reis die diep in de nacht vanuit Rotterdam en Utrecht begon, strijkt ons vliegtuig om half drie locale tijd neer op Tel Aviv Ben Goerion International Airport. De zon gaat schuil achter een grimmig pak grijze wolken en er staat een stevige wind, maar koud is het allerminst. Na ons van onze overtollige kleding ontdaan te hebben stappen wij in de bus die ons de rest van de week door Israël zal begeleiden.
De eerste etappe brengt ons naar het hotel in Tel Aviv, waar wij de eerste twee nachten zullen verblijven. Op de snelweg naar de stad toe passeren we een kort daarvoor gekanteld bestelbusje, waarvan de ruiten in fragmenten over de weg slingeren en de neus tegen het verkeer in wijst. Tussen de vele glasscherven in liggen drie mannen die, godzijdank, nog bewegen. Hulp is reeds ter plaatse, dus na een korte opstopping vervolgen wij onze weg.
Tel Aviv verdient bepaalt geen schoonheidsprijs; de gebouwen zijn grauw, de straten smerig. Het is onze eerste keer in Israël, dus wat te verwachten weten we niet. Clichébeelden worden hier dan ook meteen gelogenstraft; een enkel keppeltje of een enkele hoofddoek zijn weliswaar waarneembaar, maar het zijn toch vooral de minirokjes, teenslippers en decolletés die hier de dienst uit maken. Paris Hilton pronkt schaars gekleed op een billboard om reclame te maken voor een nieuwe alcoholische versnapering. Secularisme heeft het hier duidelijk van de orthodoxie gewonnen. In niets komt deze stad overeen met de beelden van orthodoxe in het zwart geklede Joden biddend bij de Klaagmuur, die we uit Jeruzalem kennen.
Tel Aviv staat dan ook bekend als de meest moderne en ‘hippe’ stad van Israël, zo legt onze reisleider uit terwijl we aan de Middellandse Zee voorzichtig aan een waterpijp lurken. Israëlische vlaggen wapperen door de harde wind, terwijl wij terug lopen naar het hotel voor het diner waarop onze eerste ontmoeting volgt. Van de Amerikaans-Israëlische journalist voor de Washington Post en de New York Times Dr. Yossi Klein-Halevi wordt verwacht dat hij ons een historische inleiding geeft op de staat Israël, het conflict met de Palestijnen en de huidige status daarvan. Meer dan twee uur zijn we met hem in gesprek, waarin ook kritische vragen niet geschuwd worden. Daarna zoeken de meesten, opgebrand van de lange en vermoeiende reis, hun bed op. Morgen begint een lange dag met een boeiend programma wederom in alle vroegte. We doen er verstandig aan het voorbeeld van de anderen te volgen.

Dinsdag

Een enerverende tweede dag van onze studiereis is ten einde gekomen. Moe en bezweet, raap ik de moed bijeen om voor het slapengaan nog een blog uit de mouw te schudden.
De dag begon met een tocht naar en door de Westelijke-Jordaanoever. Een Israëlische luitenant die verantwoordelijk is voor de verdediging van een deel van het pasgebouwde veiligheidshek (in de westerse media veelal als muur bestempeld) leidt ons langs verschillende checkpoints en vertelt over zijn werk en de complexe situatie op de westbank. Hij is er trots op dat hij zijn land mag verdedigen. Het hek sluit honderdduizenden Palestijnen op in hun dorpen, maar is volgens onze gids bittere noodzaak omdat het voornaamste exportproduct vanuit de palestijnse regio’s naar Israël suicidebombers zouden zijn. Over twee dagen wordt het hek, of de muur, officieel in gebruik genomen. Nu glippen nog enkele Palestijnse auto’s door de openstaande poort heen. Ook een paard en wagen weet zijn weg naar de andere kant te vinden. De jongen op de bok schermt zijn gezicht voor ons af terwijl de wagen voorbij rolt.
In de middag bezoeken we een universiteit waar Arabisch-Israëlische en Joodse studenten gezamenlijk studeren. Een verzoeningsproject, waarvan men hoopt dat het op grotere schaal weerklank vindt. Het is een hoopgevend initiatief, dat vooralsnog echter nog maar moeilijk van de grond lijkt te komen. Alhoewel een Joods en Arabisch meisje ons op het hart drukken dat ze elkaars beste vriendinnen zijn, horen we ook kritische geluiden; op de campus zou integratie tussen Joodse en Arabische studenten maar heel sporadisch plaatsvinden.
Onderweg terug naar Tel Aviv rijden we langs een groepje orthodoxe joden die, geïnspireerd door de leer van een Oekraïense rabbi uit de vorige eeuw, besloten hebben voortaan alleen nog maar ‘blij’ door het leven te gaan. Zwaarmoedigheid of treurnis geven geen pas, want mogen leven in het beloofde land, is een voorrecht dat slechts tot groot geluk mag leiden. En dus hebben deze heerschappen besloten de rest van hun leven al dansend op het dak van een klein busje door Israël te touren. Het werkt, na het toch wel heftige bezoek aan de westbank, zowaar aanstekelijk; met een glimlach op onze gezichten rijden we verder.
We dineren aan zee en bij betaling blijkt de ober dusdanig ontevreden over onze fooi, dat we het bonnetje weer terug krijgen met de tekst: ‘Service not included’. We leggen nog wat extra bij en vertrekken naar een kroeg waar we met geëmigreerde Nederlanders een afspraak hebben. Goede gesprekken en enkele alcoholische versnaperingen later, begeven we ons weer richting hotel. Tijd om te slapen.

Woensdag

Vandaag hebben we ons kamp opgeslagen aan het meer van Tiberius. Het meer waarover Jezus gelopen zou hebben en regelmatig vanaf een bootje de menigte op de oever toesprak. Vlakbij maakte Hij voor het eerst zijn opwachting in de synagoge en aan de berg waarop wij uitkijken heeft de bergrede zij naam te danken. Een bijzondere plaats dus.
Onze tocht leidde vandaag door bergachtig gebied langs de noordelijke grenzen van Israël. Zowel aan de Syrische als de Libanese grens hebben we lange tijd halt gehouden. Uitgebreid is ons verteld over het nog altijd voortdurende conflict met beide landen. Besef van de enorme complexiteit van de situatie in het Midden-Oosten dringt zich meer en meer aan ons op. Een gevoel van moedeloosheid overvalt je dan gemakkelijk; steeds duidelijker lijkt het te worden dat je wel een ongelooflijke optimist moet zijn om te geloven dat aan dit conflict ooit nog een einde kan komen. Er heerst hier veel angst; voor hernieuwde aanvallen van een alsmaar sterker wordende Hezbollah en voor het nucleaire avontuur van Iran. Sporen van hoop moet je koesteren, ze zijn spaarzaam.
We sluiten de dag af met een glas (of eigenlijk een plastic bekertje) wijn aan de oever van het meer. Een heldere sterrenhemel spant zich boven ons uit en het kabbelende water streelt onze stoelpoten. We overnachten in een Kibboets; een op communistische principes gebaseerde joodse leefgemeenschap. Dit gemeenschapsideaal vond ooit zijn inspiratie in de samenlevingsexperimenten van de Russische schrijver Tolstoj. Inmiddels lijkt het project vooral aan de commercie ten prooi gevallen. Wij zullen er niet slechter om slapen.

Donderdag

Voor het eerst passeren wij vandaag de muur (of het veiligheidshek), en rijden de Palestijnse gebieden binnen. We worden allervriendelijkst welkom geheten door een Palestijnse telecomaanbieder: ‘Smell the jasmine and taste the olives. Jawwal welcomes you to Palestine’, staat in een sms die ik onmiddellijk na het passeren van de ‘security check’ ontvang. We hebben onze Joodse gids vaarwel gezegd, en een Palestijnse gids neemt het in het Palestijnse territorium van hem over. Het wordt een interessante dag; tot nu toe hebben we vooral de Israëlische kant van het verhaal gehoord, vandaag krijgen we hopelijk een idee van de interpretatie aan de andere kant van de muur.
We beginnen met een bezoek aan de gouverneur van Jenin, een grote stad in het noorden van de Westelijke Jordaanoever. Portretten van Mahmoud Abbas en Jasser Arafat sieren de muur van zijn indrukwekkende kantoor. Hij praat over de vernederingen die de Palestijnen onder de Israëlische bezetting moeten ondergaan; de agressie van de joodse kolonisten, de gebrekkige toegang tot water en vele andere beperkingen die het Palestijnse volk aan Israël te danken zou hebben. Temperamentvol verheft hij zijn stem en slaat hij met zijn vuisten ritmisch op het eikenhouten bureau in antwoord op kritische vragen. Wellicht zijn meest interessante opmerking: Jezus was een Palestijn die de hele wereld vrede heeft gebracht. Om die reden wordt het maar eens tijd dat diezelfde wereld eens wat terug doet voor Palestina.
Onderweg naar Ramallah wordt de problematiek van de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever ons steeds duidelijker. De Westelijke Jordaanoever is door deze kolonisatie zo gefragmenteerd geraakt dat er nauwelijks nog een levensvatbare staat van gemaakt kan worden. We passeren vele joodse nederzettingen, vaak bovenop de heuvels. De grond eromheen is meestal mee geconfisqueerd, en wordt afgebakend door hoge hekken. Vanuit deze nederzettingen gaat veel geweld uit tegenover de Palestijnse dorpen in hun omgeving. Palestijnse olijfboomgaarden zouden regelmatig verwoest worden, en bij tijd en wijlen wordt er vanuit de nederzettingen op Palestijnen geschoten. Onze Palestijnse gids antwoordde op de vraag of hij nog in een oplossing van het conflict geloofde: ‘I believe in every solution which brings me dignity and freedom’.
Ramallah, de bestuurlijke hoofdstad van de Palestijnse gebieden, is een totaal andere stad dan Tel Aviv. Onze bus wurmt zich door een stoffige verkeerschaos heen, om tijdig bij onze volgende afspraak te komen. Sam Bachour, een in de Verenigde Staten geboren Palestijn, is een vooraanstaand zakenman in Palestina. Hij vertelde over de problemen die hij had om zich, na getrouwd te zijn met een Palestijnse vrouw, in Palestina te vestigen. Twintig jaar moest hij op een Palestijns paspoort wachten, en al die tijd moest hij het met drie maanden geldige visa stellen. Dit betekende dat hij elke drie maanden van zijn familie afscheid diende te nemen, zonder te weten of hij ooit terug kon komen omdat een hernieuwd visum allerminst zeker was. Inmiddels heeft hij een paspoort. Maar dit paspoort bindt hem, evenals bijna alle andere Palestijnen, aan de stad waar hij woont. Als hij elders aangetroffen wordt door Israëlische militairen, betekent dat naar alle waarschijnlijkheid een kort verblijf in de cel alvorens weer terug gebracht te worden naar de stad van herkomst.
Na het gesprek met Bachour maken we onze opwachting bij de belangrijkste adviseur van de Palestijnse president Abbas. We komen niet helemaal probleemloos langs de zware beveiliging van het presidentieel paleis. Op de binnenplaats ligt in een grote graftombe Arafat begraven. Een vreemd gevoel bekruipt me als we met de groep halt houden voor het graf van de man die door de Palestijnen op handen wordt gedragen, maar door het Westen vooral verguisd. Ontvanger van de Nobelprijs voor de vrede, maar tegelijk is er toch niet heel veel fantasie voor nodig om hem een terrorist te noemen. We lopen verder naar de persruimte waar Abbas’ rechterhand op ons wacht. Ook hij vertelt over de Israëlische oorlogsmisdaden, hun schendingen van het internationale recht en de onmogelijkheid om van de Westelijke Jordaanoever nog een levensvatbare staat te maken. Tevens is hij al maanden gescheiden van zijn familie die in Gaza woont; contact is amper mogelijk.
Ter afscheid krijgen we allemaal een speldje met de Palestijnse vlag erop. We besluiten deze diep in onze tassen weg te stoppen op het moment dat we de grensovergang met Israël naderen. Niet voor niets; twee zwaarbewapende militairen controleren ons en een gedeelte van de bagage alvorens we verder mogen rijden. Terwijl de zon ondergaat komen we in Jeruzalem aan; een sprookjesachtig tafereel. Orthodoxe joden domineren het straatbeeld. Maar voor een uitgebreide impressie van deze heilige stad is het reeds te donker, en zijn wij te moe.

Vrijdag

De vijfde dag sinds aankomst begint, na een verkwikkende nacht, in het Holocaustmuseum Yad Vashem. We worden er rondgeleid door een uit Amsterdam afkomstige joodse vrouw, die reeds veertien jaar werkt in het Holocaustmuseum. Zij heeft als enige van haar familie de oorlog overleeft. Het museum schetst een overzicht van de Tweede Wereldoorlog met, inderdaad, speciale aandacht voor de Holocaust. De muren van het museum komen richting het einde van het museum naar elkaar toe. Hoe verder je in het museum vordert, hoe nauwer de doorgang wordt. Vooral de berg met schoenen van Holocaustslachtoffers en het monument voor de jeugdige slachtoffers maken erg veel indruk.
Zonder een woord te zeggen lopen we naar onze volgende afspraak in het museum. In stilte wachten we op Gabriel Bach, voormalig rechter van het Israëlisch hooggerechtshof. Hij was begin jaren zestig hoofdaanklager in het proces tegen Adolf Eichmann, die verantwoordelijk werd gehouden voor de uitvoering van de deportatie van vele joden naar de vernietigingskampen. Ik heb extra naar deze ontmoeting uitgekeken omdat ik momenteel de banaliteit van het kwaad lees van Hannah Arendt, de Joodse filosofe die het proces in Israël bezocht en er verslag van deed voor een Amerikaanse krant. De banaliteit van het kwaad van de Holocaust school er volgens haar in, dat het kwaad zich gebureaucratiseerd had. Zij was in een enorme bureaucratische machinerie geïntegreerd waardoor de verantwoordelijkheid voor deze misdaad zo gefragmenteerd raakte, dat iemand als Eichmann uiteindelijk niet meer was dan radertje in deze machine. Een schreibtischtäter; iemand die door eenvoudigweg bevelen van hogerhand op te volgen met simpele pennenstreken miljoenen Joden op transport naar de vernietigingskampen had gezet. Hetgeen mogelijk was geworden door het verlies van een autonoom moreel oordeelsvermogen.
De verhalen van Bach doen anders vermoeden. Niet voor niets is hij fel van leer getrokken tegen Arendts lezing van het proces. Na zijn binnenkomst volgt een indrukwekkend relaas met vaak huiwekkende anekdotes over hoe hij het proces beleefd heeft. Eichmann zou met duivels fanatisme de uitroeiing van de Joden tot levensdoel verheven hebben. In een interview met een Nederlandse journalist had hij na de oorlog nog op de vraag of hij ergens spijt van had, geantwoord dat hij slechts spijt had van het feit dat hij zich niet met genoeg overgave en doorzettingsvermogen aan zijn taak gekwijt had. Er waren immers nog Joden in leven, en dat had geresulteerd in de stichting van staat Israël. Ten tijde van het interview (hij zat destijds in Argentinië waar hij na de oorlog heen was gevlucht) nog niet realiserend dat hij uiteindelijk door de rechtbank van diezelfde staat ter dood veroordeeld zou worden.
Gabriel Bach is een erudiete persoonlijkheid, van wie iedereen achteraf onder de indruk is. Altijd was hij met zijn familie de opmars van de nazi’s één stap voor, hetgeen in 1940, na een jarenlang verblijf in Amsterdam, in Palestina eindigde. Hij schudt iedereen nog uitgebreid de hand, voordat hij onderweg gaat naar zijn volgende afspraak.
’s Middags worden we rondgeleid door de oude binnenstad van Jeruzalem. Via de grafkerk eindigen we bij de Klaagmuur, waar vele orthodoxe Joden heen en weer wiegend hun gebed aan God toevertrouwen. Wij volgen, zonder wiegen, hun  voorbeeld voordat we weer in de bus klauteren voor onze laatste trip van vandaag.
We vieren in een dorp tussen Jeruzalem en Tel Aviv samen met de Joodse gemeenschap het begin van de sabbat. Zingend beginnen we de maaltijd. Een professor die het diner voorzit, vertelt ons over de Joodse traditie en laat ons delen in zijn wijsheid. Ik speel nog een potje tafeltennis met een van onze gastheren, maar gezien het pistool dat hij in zijn zak draagt besluit ik maar te verliezen. Onder de indruk van deze grenzeloze gastvrijheid keren wij weer hotelwaarts.

Zaterdag

Op Sabbat is het stil in Jeruzalem; ditmaal geen drukte op straat. Mensen en auto’s blijven binnen. Ongekend vroeg zitten wij wél alweer in de bus. Ditmaal onderweg naar de Masada; het voormalige paleis van Koning Herodes, gebouwd op een hoge rotspartij aan de Dode Zee. Een plaats ook waar de Zeloten in de eerste eeuw na Christus, omsingeld door een overmacht aan Romeinse troepen, op heroïsche wijze de zelfmoord boven overgave verkozen. De zon schroeit op onze kruinen als we boven door de ruines van deze voormalige burcht dwalen, welke een schitterend uitzicht over de woestijn en de Dode Zee biedt.
Voordat we doorrijden naar Bethlehem dobberen we nog een half uurtje in de Dode Zee. Het ‘recreatieve’ deel van de dag is daarmee definitief ten einde gekomen. ‘s Middags biedt het programma minder aanleiding tot plezier. Na het passeren van de Muur, krijgen we namelijk een rondleiding in een Palestijns vluchtelingenkamp te Bethlehem. Al decennia lang wonen hier uit hun dorpen verjaagde Palestijnen, die met moeite een nieuw leven op proberen te bouwen. Tijdens onze rondgang door het kamp, zien we hoe op de muren op een creatieve manier uiting is gegeven aan de frustratie jegens Israël. Met graffiti zijn levensgroot portretten van Palestijnse martelaren gefabriceerd en op de hoek van een straat is een schildering te zien van een Israëlisch soldaat die gefouilleerd wordt door een klein Palestijnse meisje. De rollen, voor even, omgedraaid. Hakenkruizen met Arabische teksten behoren echter ook tot het kunstzinnige erfgoed in deze wijk. De muren spreken boekdelen.
Onderweg terug worden we door onze buschauffeur een ‘fair trade’ souvenirwinkel binnen geloodst, die gerund wordt door zijn vrienden. We worden verwacht; met limonade, een welkomstcadeautje en 30% korting speciaal voor ons, wordt ons geweten bewerkt. De meeste souvenirs staan echter zo ver af van ons idee van esthetiek (en het prijsniveau is ook niet om over naar huis te schrijven), dat we met bijna lege handen de winkel weer verlaten. Onze chauffeur kijkt boos omdat hij zijn provisie in rook heeft zien opgaan.
Terug in Jeruzalem zien we hoe een groepje orthodoxe Joden protesteert tegen het feit dat een parkeergarage open is op de Sabbat. Met Torahrollen in de hand staan ze tegenover een groep zwaar bewapende militairen die de garage bewaken. Een schril contrast. Gewelddadig wordt het gelukkig niet; ‘amen amen amen amen’ zingen de joden; de militairen geven geen kick.
Na het avondeten volgt nog een laatste lezing van een ‘linkse’ Israëlische journalist, die al meerdere publicaties over het conflict met de Palestijnen op zijn naam heeft staan. Een sceptisch verhaal volgt. In oplossingen gelooft hij eigenlijk niet meer. De zoveelste afwijkende visie op de voortslepende problematiek in het Midden Oosten doet ons enigszins gedesillusioneerd de zaal verlaten. Het lijkt steeds onmogelijker te worden een visie te kunnen vormen, die aan alle complexiteiten recht doet. Wat biertjes en goede gesprekken op het terras voor ons hotel, doen ons toch weer wat opgevrolijkt tussen de lakens kruipen.

Zondag

We vertrekken vandaag richting de Gaza-strook. Uit bijna alle voorgaande ontmoetingen en gesprekken deze week hebben we begrepen dat dit ongeveer de meest verschrikkelijke plek op de wereld moet zijn. De gewelddadige en bloedige machtsgreep van Hamas, het gebrek aan voldoende water en andere levensmiddelen én de invoering van de Sharia (of dit daadwerkelijk ingevoerd is, is nog onderwerp van veel discussie), zouden hier mede debet aan zijn. Tenminste, dat houdt onze Palestijnse gids ons voor. De journalisten van toonaangevende kranten als The Jerusalem Post en Ha’aretz hebben ons er van verzeker dat de Israëlische overheid voldoende hulpgoederen het land in laat gaan. Een humanitaire ramp zou namelijk slecht voor de PR zijn.
Sderot is een Israëlische stad die tegen de grens met Gaza aanligt. Sinds de terugtrekking van de Israëlische kolonisten uit Gaza in 2005, ligt deze stad, samen met vele andere steden in de omgeving, bijna voortdurend onder vuur van Palestijnse raketten en mortieren. Deze raketten zijn steeds meer gemoderniseerd, en hun bereik wordt daarmee ook steeds groter. Het stadium van de huis-tuin-en-keuken-raketten, zoals ze in de westerse media vaak genoemd worden, is inmiddels achter de rug zien we tijdens een bezoek aan een opslagplaats van enkele van de (sinds 2005) 12.000 uit Gaza gelanceerde projectielen.
Sderot is dan ook een stad die leeft in voortdurende angst.  Inmiddels is de rakettenregen vanuit Gaza enigszins tot bedaren gekomen, maar voorheen ontploften vele raketten dagelijks in deze stad. De Israëlische overheid heeft inmiddels bijna alle huizen, flats en straathoeken van eigen bunkers voorzien. Als het luchtalarm afgaat hebben de bewoners vijftien (!) seconden de tijd om in deze bunkers te verdwijnen. Een moeilijke opdracht, waar dan ook niet iedereen in slaagt. Onze gids vertelde het verhaal van een moeder die in haar auto reed en, na het horen van het alarm, tussen één van haar beide kinderen op de achterbank moest kiezen, om zich tijdig te kunnen verschuilen. Een huiveringwekkend dilemma. In een speeltuin kronkelt een enorm grote slang. Om te spelen, zo lijkt het. Maar nader onderzoek wijst uit dat zwaar gewapend beton de spelende kinderen bescherming moet bieden als de raketten vallen. Als de schoolbel gaat schiet onze groep, in de veronderstelling dat het om een luchtalarm gaat, in de stress. Rumoerige kinderen die uit het schoolgebouw rennen maken gelukkig binnen de 15 seconden al een einde aan deze illusie.
Het is onze laatste avond in Israël. We genieten nog van een laatste gezamenlijke lunch en zakken daarna, met waterpijpen en wat biertjes, tot in de kleine uurtjes door in het centrum van Jeruzalem. De vele ervaringen, visies en impressies worden nog eens bediscussieerd en overdacht alvorens we schandalig laat onze bedden opzoeken.

Maandag

Na een korte nacht volgt onze laatste dag in Israël. We gaan op bezoek bij de politiek adviseur van Netanyahu en spreken tijdens een bezoek aan de Knesset (het Israëlische Parlement) met een parlementslid van de Arbeiderspartij. De zoveelste nieuwe interpretaties van de politieke situatie in het Midden-Oosten maken het niet gemakkelijker. Om toch nog met een positief gevoel het vliegtuig in te stappen sluiten we af met een lunch met Rabbi David Rosen, de buitengewoon charismatische en rasoptimistische leider van de interreligieuze dialoog in het Midden-Oosten. Dit conflict heeft een type Gandhi nodig en tijdens het gesprek met Rosen, vraag ik me af of deze man dat zou kunnen zijn, of worden. Ijdele hoop wellicht.
Het is een uitgebalanceerde reis geweest, die zoveel mogelijk recht heeft proberen te doen aan de complexiteit van het conflict. Een reis die behalve voor het politieke aspect, ook oog had voor culturele en historische componenten. Israël is een schitterend en buitengewoon boeiend land. Ondanks alle ontmoetingen en gesprekken die het conflict tastbaar, voelbaar maakten, bleef dat conflict in zekere zin ook in abstractie besloten. Ik heb me nergens onveilig gevoeld; niet in Jeruzalem, niet in Ramallah en niet in de Palestijnse Vluchtelingenkampen. Het conflict hangt welliswaar als een ijzeren vuist boven het dagelijkse leven, tegelijk lijkt, voor ons als bezoekers, het dagelijkse leven er niet altijd tezeer door beïnvloed te worden. Ik vond dat een soms onwerkelijke gewaarwording: de wisselwerking tussen al die conflictgerelateerde ontmoetingen en bezoeken, en dan toch ook het dagelijkse leven dat daar in zekere zin los van lijkt te staan. Het  blijkt een reis geweest te zijn die meer vragen opgeroepen heeft, dan beantwoord. Maar dat getuigt slechts van de eerlijkheid en gevarieerdheid van het programma; de zaken werden niet mooier of simplistischer voorgesteld dan ze zijn. En de complexe werkelijkheid levert nou eenmaal vooral veel vragen op.

Weekboek archief:

Weekboek 1 t/m 3 van 45 Volgende

Stephan van der Veeken

Stephan van der Veeken schrijft het weekboek voor het CDJA in de laatste week dat hij Algemeen Bestuurslid namens Brabant is.